Mentaliseren

Mentaliseren

Tijdens mijn opleiding tot Babycoach, 2 jaar geleden, leerde ik over mentaliseren als onderdeel van de Gehechtheid Theorie, Mind Mindedness of The Theory of Mind.

In Jip en Janneketaal: Het vermogen je voor te stellen wat een ander denkt of voelt. In het geval van ouders; proberen je de gedachten en gevoelens van je pasgeboren baby, peuter en kleuter voor te stellen. Want jonge kinderen kunnen zich vaak nog niet optimaal in woorden uitdrukken. Daarentegen vertellen baby’s al wel waar ze behoefte aan hebben, alleen kan het lastig zijn dit te herkennen en het kan gedragsuitdagingen opleveren bij een baby, als er geen aandacht aan geschonken wordt of invulling aan gegeven wordt. Dit kan er voor zorgen dat het hechtingsproces tussen ouder en kind niet optimaal verloopt en in het verlengde daarvan de ontwikkeling van je kindje.

Baby huilt.jpg

Sensitief reageren

Als ouders zich, bij het huilen van hun baby, afvragen; wat zijn de gevoelens en wat zouden de verlangens van mijn baby zijn, dan kunnen ze hun handelen er mogelijkerwijs op aanpassen. Hierdoor kan een betere binding verkregen worden met een kind, doordat ze aan de autonomie (het recht op zelfbeschikking) van hun kindje tegemoetkomen. Die autonomie is zo belangrijk (voor een baby al), dat hij zijn leven daarvoor in de waagschaal legt. Vanuit een meer sociale aanpak van ouders kan een kind later zelf meer sociaal gedrag naar anderen ontwikkelen, omdat hij zichzelf beter leert peilen, leert reflecteren op zijn eigen gedrag en zo op het gedrag van anderen kan anticiperen. Uiteindelijk kan hij ook meer rekening houden met de autonomie van de mensen waarmee hij omgaat.

Zelfbewustzijn en empathie

Praten tegen je baby/peuter is hierbij cruciaal; een baby is vanaf dag 1 “talig”. Hij snapt de inhoud van de woorden natuurlijk nog niet, maar is gevoelig voor de intonatie, waarmee de woorden uitgesproken worden. Een kindje gaat, in zijn ontwikkeling, van een dialoog met zijn ouder of verzorger naar een dialoog met zichzelf (innerlijke spraak) en zo krijgt hij zelfbewustzijn. Wat denk, voel en vind ik? Maar ook: “Hoe zou die ander zich nu voelen?”

In de praktijk

In mijn werk als kraamverzorgende en Babycoach werk ik met jonge ouders, die hun baby nog gaan leren kennen. Een onderdeel van de werkzaamheden van een kraamverzorgende is G.V.O. geven (Gezondheid Voorlichting en Ontwikkeling) over het observeren van een baby en hoe je ziet of de baby iets prettig vindt of niet. Dan denk je misschien: “Dat is makkelijk, hij huilt”. Maar je ziet al veel eerder ongenoegen aan een baby. Hier komt het mentaliseren aan de orde. Ik noem het niet zo, vakjargon kan het best vermeden worden, maar onder het kopje “Hechting” komt het aan de orde.

Uitdaging

Proberen in te vullen wat je baby denkt of voelt kan best een uitdaging voor ouders zijn, merk ik. Ouders geven vaak aan dat hun kindje tijdens het verschonen zo hard huilt en dat ze dat zo zielig vinden, maar hier verandering in krijgen blijkt in de praktijk lastig, soms ook vanwege de eigen ingeprente denkbeelden (Mentale Representaties). Je kunt mentaliseren gelukkig ontwikkelen en veel ouders worden hier ook gaandeweg beter in, omdat ze onvoorwaardelijk van hun kindje houden en bereid zijn er alles voor te doen om het gelukkig te maken.

Als ik merk dat het een uitdaging is voor ouders om de behoefte van hun baby in te vullen, dan vraag ik vaak op enig moment al: “Wat denk je dat er nu aan de hand is?” Door die vraag gaan ouders al nadenken. Dat is een eerste stap. Nieuwsgierig zijn naar wat je kleintje bezighoudt. Als ze echt geen idee hebben vraag ik welke dingen ze opmerken aan hun kindje. Hoe ziet hij/zij eruit? Wat zie je aan de uitdrukking van het gezichtje?
Wat voor geluiden maakt de baby? Wat dénken ze dat die betekenen? Willen ze Babytaal leren, zodat ze beter kunnen bepalen welke reflexmatige behoeften hun kindje uit? Welke lichaamstaal zien ze? Wat kun je aan de handjes van je baby zien of hoe zie je dat hij iets niet (meer) leuk vindt? Taal der handjes:

IMG_3273.JPG

Het geheel interpreteren

Naast lichaamstaal (bv. wenkbrauwen optrekken, overstrekken en wegkijken) wijs ik ouders regelmatig op de taal van de handjes (bv. ontspannen, geschrokken of moe) en bij oudere kindjes op een uitgestrekt handje, wat bv. het lepeltje, waarmee het gevoerd wordt, wil pakken (zelf willen eten) of op gebaren, die ze maken (handje naar de mond; ik lust wel wat). Zo wordt het gemakkelijker voor ouders om het hele beeld van hun baby te interpreteren, er gedachten bij te formuleren en er gevoelens aan te koppelen.

Niet gevoerd willen worden.png

Zelf eten.jpg

Ouders meest toegewijd

Als de baby in de armen van de ouder ligt en ze kijken het aan, dan vraag ik weleens: “Wat zou er nu in dat koppie omgaan hè?“ Of ik speel de rol van de baby, als hij zijn moeder heel indringend aankijkt. “Ben jij nou mijn mamma?” Of wat zou hij nu denken? Ouders zijn bij uitstek de personen, die hun kind het beste kennen en het in kunnen vullen. Ouders gaan dan als vanzelf meer op de gezichtsuitdrukking, lichaamstaal en signalen van hun baby letten. In combinatie met het gedrag van je kleintje en de situatie kunnen ze een veronderstelling maken.

Een fijn boek op de boekenlijst van de Babycoachopleiding was “Baby’s in beeld”. Ik kende de signalen eerst ook niet, maar als je weet waar je op moet letten en je oefent ermee, dan ga je steeds meer lichaamstaal zien.

Baby's in beeld.png

Zo kun je bij een iets oudere baby de blije opwinding van een lijfje zien (spartelt, is blij met zijn hele lijf!) en de stralende ogen, als moeder haar borst gaat ontbloten voor een voeding. “Jaaaa, ik ga lekker drinken!!”

Jaaa, drinken!.jpg

Gevoelscentrum: buik

Bij het verschonen kun je een baby zijn buikje omhoog zien doen (daar zit je gevoelscentrum) als er iets gebeurd wat hij niet prettig vindt; bv koude, natte doekjes op je warme huidje. Hier kun je als ouder dan op een manier mee omgaan, die minder belastend is voor je baby. Van tevoren zeggen wat je gaat doen, handen laten zien met het billendoekje, je handelingen vertragen naar de 1e versnelling, in oogcontact blijven met je baby, met een begripvolle stem aangeven dat je snapt dat je kindje het niet zo prettig vindt, die koude lucht aan zijn beentjes of de vochtige lotiondoekjes even in je hand opwarmen (of de doos op de verwarming zetten). Door de interactie met een baby kun je invoelen wat er zou kunnen spelen, kun je communiceren over wat er wellicht speelt en je gedrag aanpassen, zodat je kindje zich gezien en begrepen voelt in zijn emoties. Dit is hechting-bevorderend.

Ook bij pasgeboren baby’s kun je hun begroeting zien als ze hun wenkbrauwen optrekken als moeder haar hoofd in de wieg steekt en zegt: “Goedemorgen, ben je wakker?” Baby’s kunnen al binnen 20 seconden gelaatsuitdrukkingen spiegelen. Daar maak ik weleens gebruik van als ik wil dat ze een grote hap maken. Dan hou ik ze op 20-25 cm afstand (deze afstand kunnen ze maar zien) en maak ik zelf een grote hap en zeg “Maak maar een grote hap, AA!” Het ziet er belachelijk uit, maar het werkt wel!

Ik ben er wat nu C Markgraaf.jpg

Ook heb veel gehad aan een workshop bij Collega Conny Markgraaf (van het boek: Ik ben er, wat nu?). Zij geeft verdiepende kraamworkshops en heeft mij duidelijk gemaakt hoe langzaam je een baby eigenlijk moet benaderen. We doen echt alles in een sneltreinvaart voor een baby; dat kan hij helemaal niet volgen en het kan ook beangstigend zijn. Je zou je snelheid het beste aan kunnen passen naar slow-motion, als je met een baby aan de slag gaat.

Ook bij dreumessen, peuters en kleuters

Mentaliseren blijft ook voor oudere kinderen belangrijk. Laatst was ik in een gezin met een gaan-slapen-strijd, waarin moeder het heel belangrijk vond dat haar 3-jarige dochtertje het alfabet leerde, voor ze naar de basisschool ging. Moeder had alle 26 letters uit papier geknipt en op een binnendeur in de woonkamer geplakt. Toen het tijd was voor het middagslaapje van het meisje, nam de peuter een stokje en wees, als een juf, alle letters één voor één aan en noemde ze netjes op. Mamma keek trots toe en deed 3 keer met haar dochtertje mee. Ik stond erbij, keek ernaar en vroeg toen: “Enig idee, waarom ze dat nu ineens gaat doen?” Je zag het kwartje vallen: “Aha, dit is politiek-correct gedrag, ze wil eigenlijk helemaal niet naar bed!” Deze peuter had perfect ingevuld, dat mamma weer méé zou gaan in haar knappe staaltje van alfabet opzeggen, maar moeder kon nu pas bevroeden welk snode plannetje er in het koppetje van haar dochtertje omging. Hier kun je dan verder mee aan de slag. “Je hebt eigenlijk helemaal geen zin om naar bed te gaan hè, maar…..” enz. Als je als ouder weet wat er in je kind omgaat, dan zie je vaak beter welk gedrag eruit voort kan komen en of er een blije gedragsuiting komt of een woedeaanval. In het laatste geval kun je woorden geven aan gevoelens, compassie hebben met wat je kindje niet leuk gaat vinden, zeggen dat je kind na het slapen iets gezelligs met jou gaat doen, waardoor je escalatie voorkomt.

Mentaliseren is een belangrijke skil om te beheersen; hoe beter ouders het beheersen, hoe meer hun kind het zelf leert. Hoe beter een kind zich het mentaliseren eigen heeft gemaakt, hoe meer het later in zijn leven kan reflecteren op zijn eigen gedachten, gevoelens en gedrag en invloed op zijn gedrag kan uitoefenen. Een kind kan beter weloverwogen keuzes maken, die bij zijn overtuigingen passen, zich sociaal-emotioneel beter in balans houden en zijn gedrag optimaal ontwikkelen. Dit komt hem goed van pas in alle relaties, die hij in zijn leven aan zal gaan en onderhouden, zeker ook weer die met zijn kinderen.

Saskia Bionda-de Zwijger

Kraamverzorgende en Babycoach

Posted on nov 01, 2019